Album ook fysiek te koop! Release op 27 januari.

Vrienden en vriendinnen,

Dankuwel voor de vele mooie reacties op het nieuwe album dat voor de spreekwoordelijke deur staat! Het doet goed te weten dat er zoveel mensen uitkijken naar Over Prinsen, Over Draken.

Even snel een berichtje met het goede nieuws dat het album ook fysiek te koop zal zijn en dat ik graag tijd uittrek om het de eerstvolgende weken na de release ook te handtekenen in diverse muziekwinkels. Meer nieuws daarover volgt later via Universal.

De platenfirma liet ook weten dat er over-prinsen-over-draken-udo-hoestwee weekjes geschoven dient te worden met de release, kwestie van alle promo-acties mooi op elkaar af te stemmen. Aan iTunes werd gevraagd om in ruil voor jullie extra geduld nog een extra lied beschikbaar te stellen voor iedereen die vooruitbesteld heeft, maar dat blijkt technisch niet mogelijk. Pindakaas!

Definitieve release datum is nu dus 27 januari 2017. In het zog van de release volgen er nog toffe dingen en acties, maar dat is voor later.
Spannend allemaal… 🙂

Tot snel!

digitale handtekening UDO

Onverwachte schoonheid…

Dankuwel voor zoveel schoonheid...Vorige vrijdag werd ik op weg naar huis geheel onverwacht getrakteerd op een emotionele ontmoeting. Ergens tussen Brussel-Zuid en Vilvoorde werd ik aangesproken door een treinconducteur. Sinds ik met mijn kop op televisie kom ben ik het al gewoon dat ik door wildvreemden word aangesproken, maar deze keer luidde de openingszin: “Ik prijs mij gelukkig dat ik uw moeder goed heb gekend”.

Ik kan u verzekeren dat dat thema bij mij erg gevoelig ligt en mijn hele gestel bij het minste woord in die richting, automatisch naar een soort van verdedigingspositie overschakelt. Niet weinig heb ik beginnende gesprekken met mensen die ik niet ken meteen in de kiem gesmoord wanneer ze over mijn moeder dreigden te gaan. Vooral als er bovenmenselijke krachten aan te pas kwamen -ja, dat is me al bijzonder vaak overkomen- dan baken ik mijn grenzen meteen duidelijk af. Ik geloof in wetenschap, punt.

Geregeld zijn er mensen die me na al die jaren nog iets vertellen over mijn moeder. Ik beschouw elke anekdote of mening als een waardevol iets, dat ik bijhoud in de herinneringendoosjes in m’n hart en m’n hoofd. Over de doden niets dan goeds hoor ik u zeggen. Zeer juist. Maar toch was er iets dat mijn moeder speciaal maakte. Gek genoeg zie en voel ik dat ook aan de mensen die me te pas en te onpas een spreekwoordelijke levenspost-it cadeau doen. Mijn moeder had ontegensprekelijk een gave om met iedereen te kunnen opschieten. Ze was joviaal, sociaal en in al haar intelligentie blonk ze vooral uit door haar empathisch vermogen. Ze was ook veel te braaf en te goed voor deze wereld; eigenschappen die -en dat weet ik helaas maar al te goed- meer in je nadeel dan in je voordeel kunnen werken.

“Ik heb heel mooie momenten meegemaakt met je mama; ze was een fantastische vrouw”. De emotie in de stem en de tranerige blik van de conducteur gingen dwars door m’n verdedigingsmuur. Net niet sprakeloos vernam ik dat de vriendelijke man misschien wel de laatste foto nam waarop ik met mijn mama pronk. Tijdens een paëlla avond van het jeugdhuis waar ik een deel van m’n jeugd doorbracht. Ik, met een oerlelijke donkergroene T-shirt (die elke medewerker toen droeg, en het ergste is dat ik me meen te herinneren dat ik die kleur nog zelf gekozen had) en mijn moeder, met haar gekende glimlach en fonkelende ogen, waaruit een cocktail van geluk en fierheid kon worden opgemaakt.

Compleet verbouwereerd was ik. Gepakt en gezakt, mijn ticket Londen-Brussel in de hand. Op het perron van Vilvoorde raapte ik mijn moed bij elkaar en vroeg ik de conducteur om een selfie. Normaal gezien stappen mensen op mij af voor een selfie, maar deze keer voelde ik zelf de drang om mijn korte en intense ontmoeting digitaal vast te leggen. Ik deel graag de foto van deze lieve mens, van wie ik niet eens de naam ken.

Dankuwel voor zoveel schoonheid…

Ontroerde groet,

digitale handtekening UDO

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

BLOG Taxi Rudi (Vranckx)

taxilogo

*Meeuw* -ik bedoel- *geeuw*,

Half zeven. Zowat anderhalf uur geleden wakker gezoemd door een mug en ondertussen al een poos genietend -nu ja- van de tierende zeemeeuwen aan de Oostendse kustlijn. De lelijke vogels rijgen de hoogste en schelste noten aan elkaar in een kwelerige jazz die m’n opzettende koppijn bevordert, het zachte geluid van de golven en m’n slapend lief ten spijt. Bij wijze van afleiding en ontspanning misschien toch maar een blogje schrijven denk ik, terwijl ik me afvraag hoe en waar de gemiddelde zeemeeuw eigenlijk aan haar einde komt. Als vismaaltijd, met gespreide vleugels en kop in het water? Soit.

Gisteren werd op de 10de editie van het Filmfestival van Oostende de nieuwe prent van Nic Balthazar voorgesteld; een knappe film waarvan ik onder de indruk was. Een aanrader. Niet omdat mijn lief er een rolletje in speelt of omdat stand-upper Jeroen Leenders een opmerkelijke acteerprestatie neerzet, maar gewoon omdat de film echt wel binnenkomt in de bovenkamer en een thema aansnijdt dat bij velen een belletje zal doen rinkelen. Want zijn we niet allemaal een beetje overwerkt? Lopen we onszelf al niet eens een keer of zesentwintigduizend vierentwintig miljoen keer voorbij?

Op de rode loper vertelde ik cast member en officieuze vermageringskampioen Kamal Kharmach over mijn meest memorabele ontmoeting in Berlijn. Twee daagjes was ik er. Net genoeg tijd om een aantal interessante mensen te ontmoeten en een geweldige song te schrijven. De M45 die ik aan de Akademie Deutsche POP nam, zette me tijdig af aan het station Berlin Zoologischer Garten, waar ik in al mijn blondheid mijn trein liet voorbijrijden. Ik heb steeds mijn zakje ‘ja maar’-excuses bij de hand, maar je schiet er werkelijk geen meter mee op. Een taxi dan maar.

Zijn leeftijd schat ik rond de vijftig, zijn doorleefdheid en intelligentie een pak hoger op de desbetreffende schalen. De taxichauffeur leek stomverbaasd dat er in een klein land als België ghetto’s bestonden in steden als Brussel en Charleroi, waar terreurorganisaties makkelijk leden konden rekruteren. Ik kreeg gratis geschiedenislessen over hoe de drie luchthavens in Berlijn onlosmakelijk verbonden zijn met Oost en West, met Hitler en/of met de Koude Oorlog. En hoe het ‘nieuwe Duitsland’ graag van alle (gewetens)belastende ballast af wil, hoe het merendeel van de Duitsers liever wil vergeten en geneigd is om alsmaar te vernieuwen: luchthaventje sluiten en een nieuwe bouwen. Alsmaar beter, alsmaar groter.

Voor ik er erg in had was ik terechtgekomen bij een potentiële gesprekspartner van Rudi Vranckx. En dat allemaal in het Duits. Het is van m’n tijd op Erasmus geleden dat ik nog zo’n lang gesprek in het Duits voerde. De chauffeur vroeg me of ik moslim was en vervolgde zijn verhaal. Als 16-jarige broeder maakte hij naar eigen zeggen deel uit van de Hezbollah en vocht hij aan de grens tussen Iran en Irak. Net als zijn strijdmakkers kreeg hij een ketting rond de nek, met daaraan een sleutel waarmee hij de deur van het paradijs, vol met wachtende vrouwen, zomaar kon openen. Hij droeg het onthoofde lichaam van zijn beste vriend de grens over, terug naar Iran. Een uur lang. Gedesillusioneerd. Het was z’n vader die hem verloste van de nachtmerrie en met het gezin naar Duitsland verhuisde. Ze begonnen er een nieuw leven.

Ik kreeg zomaar les over godsdiensten en levensfilosofieën. Vooral over hoe ze worden afgebeeld: de katholieken, wat voorovergebogen met gekruiste armen; de boeddhisten, met gevouwen handen; de Joden, met open armen naast het lichaam én tenslotte Mohammed, met het zwaard in de aanslag. Door de jaren heen werden in de regio communisten en ander non-moslim gespuis in de pan gehakt. M’n chauffeur wond er geen doekjes om en verzekerde me dat de islam veruit de gevaarlijkste godsdienst is op deze aardkloot, en dat je als zestienjarige nog een kind en bovenal beïnvloedbaar was. “Geloofde je dan alles wat jou verteld werd?” vroeg ik. “Ja” zei hij, “mijn dochter is ondertussen zeventien, ze is nog een kind. Weet je, als ik dit vertel tegen een moslim dan doodt hij me. Geloof me, islam is zeer gevaarlijk.”

Als artiest en eenvoudige mens hou ik me zo ver mogelijk van thema’s als godsdienst of politiek. Ik heb uiteraard mijn mening, maar die stoot social media-gewijs altijd wel iemand tegen de borst. Vandaar dat ik me veelal laat leiden door ‘leven en laten leven’ en iedereen respecteer in zijn geloof of politieke voorkeur. De gesprekken tijdens de taxirit naar Berlin Schönefeld zal ik echter niet snel vergeten. Ze staan in schril contrast met de voorzichtigheid die wij aan de dag leggen wanneer we het hebben over ‘moslimterreur’, wanneer we dingen benoemen en daarbij vooral niet iedereen over dezelfde kam willen scheren.

“Volgende keer dat je in Berlijn bent kan je best overal een taxi nemen, da’s veel beter voor je portemonnee,” krijg ik nog mee. Of hoe een leerrijk gesprek wordt afgesloten met de reinste onzin. Och ja, taximannen… Als er één iets is waar ik heilig in geloof, dan is het in het openbaar vervoer in Berlijn. Er gaat namelijk niets boven de verbindingen met bus, tram, metro en S-Bahn, die er naadloos op elkaar aansluiten. Makkelijk en goedkoop. Tenzij je je trein mist natuurlijk.

Blonde groeten uit de Koningin der badsteden,

digitale handtekening UDO

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

#Muziektip: Quincy Jones Prom (BBC)

Beetje down? Energie nodig? Welnu…

Zet je radio en tv uit, schuif de wereldproblemen aan de kant en vergeet de hedendaagse rommel & de oldies die maar al te vaak je gehoorgang passeren. Wat je zometeen gaat horen tovert zonder twijfel een glimlach op je gezicht.

Goeie muziek van legende Quincy Jones, gespeeld door het Metropole Orkest, bevolkt door muzikanten die niet alleen fucking straf zijn en strak spelen, maar dat ook nog eens  doen met timing en gevoel. Live @ the Royal Albert Hall, al lijkt het wel een plaat; sterk!

Neem daarbij nog enkele gastmuzikanten die door Quincy al jaren worden gesteund en je krijgt dit. Allez, Cory Henry op hammond, om er toch maar één te noemen. En nu we bezig zijn: een speciale vermelding voor de waanzinnig getalenteerde Jacob Collier.

Fuck, wat is die kerel misselijkmakend goed. OK, een muzieknerd, maar ik denk dat ik eens een concert ga meepikken.

Enjoy good music folks!

digitale handtekening UDO

 

 

 

 

-> Live at the BBC Proms: Quincy Jones with the Metropole Orkest. <-

(de opname kan je nog een twintigtal dagen beluisteren, daarna haalt BBC ze van het Internet)

Save

Save

Save

Save

Save

BLOG Belletje trek…

Vrienden der muziek,

Daar waar ik de voorbije 10 jaren af en toe eens aanbelde bij een bevriend muzikant (soms bezondigde ik me ook aan belletje trek bij diens buren, waarvoor mijn oprechte excuses), trek (let op de woordspeling) ik vanaf deze zomer veel tijd uit voor de mooiste ambacht die er bestaat: het liedjes schrijven.

Net als in de voorbije maanden zal ik ook in september en oktober geregeld als zanger een podium beklimmen, maar de lokroep van de studio’s in binnen- en buitenland blijft groot. Nog even blijven gaan en zoveel mogelijk schrijven is de boodschap, want november, december en januari worden helemaal ingepalmd door de gloednieuwe Winterrevue van Stany Crets.

Welja... af en toe kom ik nog eens buiten om een babbeltje te slaan met de Dana Winners en Milows van deze fijne muziekwereld ;-)

Welja… af en toe kom ik nog eens buiten om een babbeltje te slaan met de Dana Winners en Milows van deze wereld 😉

Tickets voor de revue kan je trouwens bestellen op www.winterrevue.be. Het zal voorwaar de moeite zijn!

Heel graag tot snel ergens te lande en wie me echt echt écht mist, kan af en toe een foto van m’n avonturen meepikken op Instagram 😉

A bientôt chers amis,

digitale handtekening UDO

Save

Save

Save

Save

Save

Save

BLOG Fanavond op latere datum

selinaBeste vrienden,

Zoals jullie weten ben ik niet de artiest die het ene commerciële fanevent na het andere in elkaar bokst. Less is more, of zoals onze noorderburen zouden zeggen: “doe maar gewoon”.

Ik wil al geruime tijd nog eens een gezellig samenzijn organiseren met de mensen die me al zo lang volgen en steunen. En 10 jaar carrière leent zich daar al eens toe, nietwaar? Liefst niets al te bombastisch, maar gewoon een intiem diner, gezellige babbels bij een goed glas, een uniek concert op een al even unieke locatie.

Bij dat laatste wringt echter het schoentje… De plekken die ik voor ogen had blijken bijzonder duur te zijn. Gezien het bescheiden karakter van het event zou dat de prijs voor ieder van jullie flink de hoogte injagen (echt héééél flink) en dat kan niet de bedoeling zijn.

Ik wil de toegankelijkheid niet in het gedrang brengen en ook mensen die het wat minder breed hebben de kans geven om erbij te kunnen zijn.

Ondertussen tikt de klok en komt de vooropgestelde datum vervaarlijk dicht bij, waardoor we het risico lopen dat velen onder jullie reeds iets in de agenda hebben staan. Daarom wil ik graag het event uitstellen naar begin volgend jaar. Oktober, november, december en de eerste helft van januari zitten qua planning reeds nokvol, dus dat is helaas geen optie. Het geeft m’n management meteen ook wat ruimte om iets moois en onvergetelijks te organiseren.

Laat het duidelijk zijn: uitstel is geen afstel. Ik weet dat ik op jullie begrip kan rekenen en wil jullie graag vragen om me al-sje-blief (!) te overladen met goede ideeën en de betere tips voor originele locaties. Dat kan op het emailadres van Sandra Damoiseaux, die het event coördineert: sandra.damoiseaux@live-entertainment.be.

Gulle groet en geniet van deze prachtige zondag!
digitale handtekening UDO

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

BLOG Was uw glazen!

Video

Le nouveau single est arrivé! Nu ja, bijna toch. Le nouveau single est presque arrivé! Zo’n zes maanden geleden gecomponeerd aan m’n babyvleugel en na een mooi rijpingsproces bijna klaar om gedegusteerd te worden. Koel geserveerd en warm aanbevolen. Comme un Beaujolais quoi…

Het lied dat oorspronkelijk startte als een ballade waarin heel wat weemoed zat, evenals het gemis van een overleden vader en een smachtende verzuchting naar vroegere tijden, is nu uitgegroeid tot een uptempo verhaal over een scharnierpunt in het leven van velen. Herkenbaar. Terugblikkend op wat was en vooruitkijkend naar het mysterie van het onbekende dat ons opwacht.

En vooraleer u me verwijt geen mensentaal te spreken: het komt erop neer dat mijn vadsig geestesrupsje zich ontpopte tot een flitsende Koninginnenpage, stevig fladderend in een orkestratie zoals ik er nog geen gehoord heb in de wereld van de popmuziek.

Waanzinnig straffe -en vooral juiste- muzikanten en bewerkers bij elkaar zoeken, dat was de missie van de producer. En hij is daar Summa Cum Laude in geslaagd. Meer info over wie aan deze productie heeft meegewerkt volgt weldra in een officieel persbericht. En ondanks het feit dat de definitieve versie nog niet klaar is vind ik mijn eerstvolgend muzikaal kind thuishoren op het schavot waar ook Voorbij staat te blinken.

Bloed, zweet en tranen en voldoende rijpingstijd; dat is het geheim achter deze goede song. Ik dank alvast mijn team, management en platenfirma voor het vertrouwen. Mijn twee maal twintig jaar jonge knokels jeuken al rond de steel van de hardhouten hamer, klaar om een scherpe beitel onder het deksel van deze verse wijnton te spiesen!

Was uw glazen, want ik kan niet wachten om ze vol te doen…

Santé!

digitale handtekening UDO

 

 

 

 

PS Voor de connaisseurs nogmaals Voorbij.

Save

Save

#MusicMonday #Throwback I Surrender (Monrose, 2011)

Gegroet music lovers!

Uit respect en uit bewondering voor hersenspinsels van andere schrijvers en uitvoerende artiesten heb ik zin om af en toe eens een lied onder de aandacht te brengen in een #MusicMonday en/of #Throwback blogbericht.

Omdat ik de voorbije weken nogal on a roll was wat het schrijven van nieuwe songs betreft (ik zit blijkbaar in een periode waarin ik bijzonder veel zin en inspiratie heb) kijk ik graag eens terug op dingen die ik in vorige inspiratievolle periodes schreef.

Zo was er vandaag dag op dag 5 jaar geleden het lied I Surrender, dat werd uitgebracht door de populaire Duitse meidengroep Monrose. De groep bestond uit drie knappe en toonvaste dames: Mandy, Senna en Bahar. Monrose werd gevormd naar aaneiding van de Duitse versie van Popstars, een televisie format dat ook in ons land de deur opende naar diverse talentenjachten zoals Idool, The X-Factor, The Voice en andere, minder bekende formats.

Monrose startte in 2006, tekende een contract bij het populaire label Starwatch en verkocht zomaar even 600.000 stuks van haar debuutalbum. Bijzonder veel, zelfs voor een grote markt als de Duitse, die door het illegaal downloaden al heel wat van z’n pluimen was kwijtgeraakt.

Samen met (ondertussen) goede vrienden Kit Hain en Yannic Fonderie schreef ik één van m’n betere schrijfsels uit die periode. I Surrender werd de B-kant van Like A Lady, de eerste single van het Monrose album Ladylike. De ballad was voor de grote en harde kern Monrose fans ook het verborgen verrassingsnummer op het album. Eerlijk gezegd -en dat is niet zo bescheiden, ik weet het- vond ik I Surrender het betere lied van het album.

De meidengroep heeft heel wat goud aan de studiomuren hangen maar de dames beslisten ondertussen wel om elk voor een solocarrière te gaan. Hun beste zet deden ze volgens mij in 2014, toen ze Walking Away, een featuring bij Craig David uitbrachten (al kwam het idee misschien wel van het marketing team rond Craig David, dat ook in andere landen zoals bijvoorbeeld Frankrijk featurings ‘verkocht’, naar verluidt een mooie bron van inkomsten voor internationale platenfirma’s en artiesten). Alleszins, de moeite waard om te beluisteren, net als de andere oorwurmen van Craig David trouwens.

Voor wie zijn of haar muziekkennis en -bibliotheek graag wat wil uitbreiden: I Surrender kan je nog steeds aankopen via iTunes (klik hier).

BLOG Loodgieterij met appelmoes

Elke gelijkenis met bestaande gebeurtenissen
en/of personen berust op louter toeval

loodgieter

Een loodgieter en een jonge werknemer van het bedrijf nemen plaats aan een tafeltje in de avondzon. De werkdag zit erop en de frisdrank met ijsblokjes is welgekomen. “Het doet deugd om nog eens terug te zijn in het dorp waar ik 39 jaar gewoond heb,” lacht de loodgieter tegen zijn tafelgast. De ober, die een deel van zijn jeugd in hetzelfde jeugdhuis als de loodgieter had doorgebracht, was blij om hem na al die jaren nog eens terug te zien. In zijn enthousiasme noteerde hij fluks ‘kip met appelmoes’ en ‘balletjes in tomatensaus’.

Terwijl de telefoon van de metgezel rinkelt, nadert een vrouw die iets verderop het terras zat. Ze begroet de loodgieter, stelt zich uitgebreid voor en vertelt dat ze graag een beroep wil doen op zijn diensten. Zo gaat dat met zelfstandigen: korte babbel, kaartje geven en elkaar een prettige avond wensen.

Nee hoor! Met bekende loodgieters verlopen zulke ontmoetingen meestal anders. De vrouw neemt een stoel en neemt ongevraagd plaats naast de loodgieter en zijn kornuit. “Het rusthuis waar ik verzorgende ben, wordt sterk uitgebreid en we streven naar een mooie opening voor nieuwe bewoners en genodigden. Hiervoor willen we graag een beroep doen op uw diensten, maar u hoort me al komen… we zijn een vzw.” De loodgieter krijgt lichte buikkrampen. Niet enkel van de honger of van de associaties die het woord vzw telkens met zich meebrengt, maar wel van zijn gedachten aan het jeugdhuis, waar hij zoveel mooie herinneringen en vriendschappen voor het leven aan overhield. Het pand werd samen met de laatste restjes tastbare nostalgie ten koste van het nu megalomane rusthuis platgegooid. Wie dergelijke mastodonten van gebouwen neerpoot om ze vervolgens commercieel uit te baten, zou zich niet mogen verschuilen achter een zogezegde benefiet. Daarvoor betalen de oude bewoners genoeg denkt de loodgieter. Maar goed, de vrouw doet ook maar haar job. Hij glimlacht beleefd.

Ondertussen heeft de verbouwereerde compagnon de table zijn telefoongesprek beëindigd. Hij krijgt van de ratelende dame een korte knik, waarna het verhaal verder dendert, gekruid met familiaire bewoordingen en overtuigende zinnen als “u kent ons rusthuis wel want u bezocht er uw familie” en “ik weet dat u sociaal geëngageerd bent” en “uw dorp ligt u toch na aan het hart”. Goed onderbouwd, tikje persoonlijk. Kortom: sterk. De loodgieter blijft rustig. Deels uit vriendelijkheid en omdat hij een goede opvoeding genoot. Deels ook uit klantvriendelijkheid en ervaring, want dergelijke verhalen en vragen krijgt hij als bekende loodgieter regelmatig voorgeschoteld. Oh, over voorschotelen gesproken; daar is de goedlachse ober met de bestelling.

“U kan best contact opnemen met het kantoor mevrouw. U kan dan behalve de datum ook bespreken of het bijvoorbeeld een acte de présence mag zijn. Tenzij u wel budget heeft om professioneel werkmateriaal en een technieker te betalen. Dat is een minimumvereiste indien u me niet voor mijn diensten wenst te betalen.” De loodgieter gebruikte met opzet het werkwoord ‘wensen’ in plaats van ‘kunnen’. Als door de bliksem getroffen stamelt de ongenodigde tafelgast dat voor professioneel materiaal ook geen geld voorhanden is.

Het tempo van het gesprek versnelt:

Hij: “Ik kan toch niet gratis én zonder professioneel materiaal komen werken?”
Zij: “Och, enkele reparaties zijn genoeg.”
Hij: “Bedoelt u dat ik met mijn blote handen moet werken, een soort loodgieters a capella?
Zij: “Het hoeft niet veel te zijn. Wat WC’s repareren, de CV-ketel veranderen en de riolering nakijken. Ik heb de nieuwe faciliteiten nog niet gezien, maar u woont in het dorp en kan vooraf al eens komen kijken.”
Hij: “Wel, ik woon hier niet meer.”
Zij: “Maar u komt hier toch nog regelmatig?”
Hij: “Niet echt. Meestal voor het werk, zoals vandaag.” (hint)

Na veel vijven en zessen (en zevenen en achten) krijgt de ontketende vrouw de gegevens van het kantoor, met de vraag hen op te bellen. En terwijl de rusthuis marketeer aansluit bij haar oorspronkelijke tafelgezelschap, nemen de loodgieter en zijn collega mes en vork ter hand. De lauwe kip en frietjes smaakten overheerlijk.

//

Lees ook deze blogberichten:
Ik benefiet, jij benefiet, wij benefieten
Als een vuurvliegje in het donker.

 

Save

BLOG Tien tien tien!

Als jonge kerel ging ik ervan uit dat mijn leven rond communicatie zou draaien. Het woord voeren, nieuws maken, persdossiers opstellen, events organiseren én presenteren, dat was mijn ding tijdens mijn jeugdhuis- en studentenperiode. Dankzij Liliane Priem, docent communicatie en bezieler van het departement aan de Erasmushogeschool Brussel vond ik m’n ware roeping. Had Liliane me niet op de man af gezegd dat ik een rastalent was, dan had ik misschien wel verkeerde keuzes gemaakt in m’n jonge leven. Nadat ik mijn diploma bachelor communication management behaalde -net geen grote onderscheiding, haha, wat was ik destijds belachelijk kwaad op mezelf omdat ik niet beter gestudeerd had voor m’n laatste examen 🙂 – ging ik ook voluit voor een carrière in de public relations & press relations. Met als bedoeling om op termijn communicatie directeur te worden van meerdere sexy bedrijven. Soit, mijn hele parcours was uitgestippeld.

Dat was dan buiten enkele mensen gerekend die rotsvast geloofden dat niet communicatie, maar wel muziek mijn echte roeping was. Mijn ouders bijvoorbeeld. Welja, ik wist al van jongs af aan dat ik kon zingen -want Lena Verstraete, docent notenleer had mijn moeder verteld dat haar 8-jarige ukkepuk zong als een kleine nachtegaal, iets wat ik tot in den treure op familiefeestjes mocht aanhoren- maar ik had als tiener al geen hoge pet op van de commerciële mallemolen die de muziekindustrie was. Afspreken met mijn tante Annie Cordy was als kind echt niet leuk want we werden constant gestoord. Wat een absurd gedoe was dat altijd. Ik ergerde me ook aan het feit dat mijn ouders naar Tien Om Te Zien keken, waar er naar mijn mening ondermeer een resem non-talenten de revue passeerden. Wist ik veel dat ik later in die business terecht zou komen…

Op vraag van mijn vader – eerder om van zijn ‘gezaag’ af te zijn, haha 🙂 – ging ik een uurtje piano spelen voor Will Tura. Ik mocht van de studio-eigenaar meteen een bioscoopfilmpje inzingen en ook Tura bleek zo onder de indruk dat hij me in contact bracht met muziekmonster Steve Willaert, die op zijn beurt in mij geloofde. Na zoveel positief advies van professionals besloot ik m’n job en m’n communicatiedroom op te geven om meer tijd vrij te maken voor muziek. Een jaar voordat de allereerste Idool-talentenjacht op televisie kwam raadde Will me aan om me daarvoor in te schrijven want dat was nu eenmaal de hernieuwde manier (remember de crochet-wedstrijden uit de jaren ’60 en ’70) om een plek te bemachtigen in het muzieklandschap. Ik herinner me vooral dat mijn moeder speciaal naar de cinema ging om mij 1 minuut te horen zingen in het reclameblok. Mijn ma was een zotte doos 😉

Enfin, een talentenjacht dus. Nadat ik van mezelf vond dat ik iedereen naar huis had gezongen in de halve finale van Idool 2003 -ik had iets té veel zelfvertrouwen toen, sorry!- bleek toch dat er andere parameters een rol van betekenis speelden om dat felbegeerd platencontract in de wacht te slepen. Toen kort nadien ook mijn moeder stierf had ik zoiets van fuck you all en stopte ik even met muziek. Maar goed, het bloed kruipt waar het niet gaan kan: zo ontgoocheld als ik na Idool was in de oppervlakkigheid van de showbizz, zo gemotiveerd was ik in 2005 om de talentenjacht X-Factor te winnen. Uiteraard deed ik dat op 11 december 2005 met een dosis geluk en de geweldige steun van het publiek, maar ook dankzij het vertrouwen van coaches Kris Wauters, Vincent Pierins en Elvina Rens.

Vandaag, exact 10 jaar geleden startte voor mij een nieuw levenshoofdstuk. Op 1 april 2006 werd ik zelfstandige in de toch wel instabiele muzieksector. Een risico, zeer zeker, maar het was een stap die ik me nog steeds niet beklaagd heb. Bij momenten mis ik m’n oude passie voor het geschreven woord en de nieuwsmakerij wel, maar na 10 jaar musiceren ben ik vooral gelukkig dat ik dit kan en mag doen. Ik wil graag heel veel mensen bedanken die me in de loop van m’n carrière gesteund hebben en er tot op vandaag nog steeds zijn. Mijn muzikanten, schrijvers, producers, licht- en geluidstechniekers, tour managers, medewerkers van managements, platenfirma’s, uitgevers, boekingskantoren, televisie- en radiomakers,… Het zijn er te veel om op te noemen. M’n gedachten gaan uit naar Ronny Possemiers, de man die van alle markten thuis was en me gedurende m’n eerste jaren zo goed begeleid heeft. Ik mis zijn lach nog elke dag, maar draag zijn levensfilosofie in het hart.

Zéér belangrijk: dank aan jullie allemaal, de lieve mensen en muziekliefhebbers die nog steeds met graagte naar m’n optredens komen. Graag wil ik in september dit jaar een fan event op het getouw zetten waar de fans van het eerste en het laatste uur zeer welkom zijn. Meer informatie volgt snel; ik sta hiervoor in nauw contact met promo-verantwoordelijken Sandra Willems & Sandra Peeters én met Sandra Damoiseaux van LIVE Entertainment. Jullie weten dat ik niet de artiest ben die zesentwintigduizend events per jaar organiseer, dus ik wil het voor die ene keer graag goed doen. Alle tips zijn welkom, bij de Sandra’s en bij mij.

Post gerust ideeën op Facebook zodat iedereen ze kan lezen en erop kan reageren.

Bedankt voor tien mooie jaren en op naar zoveel meer!

Liefs,

digitale handtekening UDO