Het leven is een poppoll

selinaNa een fantastisch weekend vol prachtige kerstconcerten, waarop mijn muzikanten en ik overladen werden met warme complimenten, is het alweer maandagochtend 7 uur.  Na een bijzonder korte nacht wacht me een half dagje opnames voor mijn CC tour Grootmeesters. Ik word iets te vroeg wakker omdat mijn hoofd op volle toeren draait. Typisch iets voor mij. Het is als muziek schrijven: in de fase waarop het creatieve, slapende onderbewustzijn overgaat in het wakkere bewustzijn, blijven mijn meest creatieve hersenspinsels nog even leven. De links die mijn brein creëert hebben nog eventjes zuurstof en als ik niets opneem of noteer sterven ideeën een veel te korte dood.

Daarom: toch nog snel een in alle haast bij elkaar getokkeld blogbericht. Het is alweer even geleden dat mijn vingers mijn hersentsunami probeerden te volgen. Alvast met excuses voor de tik- en zinsbouwfouten door het pertinent gebrek aan slaap en koffie en het teveel aan oogprut.

Het leven is een poppoll. Ik  heb het al een paar keer getweet de voorbije weken. En ik zal het maar meteen toegeven. Ik heb het gepikt van mijn lief. Hiermee hoop ik meteen wat rust te brengen in huis, want creatieve oneliners van een andere creatieveling gebruiken zonder de credits toe te kennen, wel, dat ligt ten huize Mechels-Dendievel gevoelig. Artiesten, weet u wel.

In een boeiende uitzending van Reyers Laat met Kim Hertogs (actrice en ondernemer) en Bart Stouten (boekenrecensent Klara) werd Cobra’s Boekentop 50 besproken. Hertogs merkte zeer terecht op dat er wel fantastische boeken in de lijst stonden, maar dat de stemmende medemens enkel stemt op boeken die hij kent van horen zeggen of die hij echt gelezen heeft. En je kan ze onmogelijk alle 50 gelezen hebben. Boekenpareltjes zouden het dus ongetwijfeld afleggen tegen minder goede boeken. “Het is eigenlijk een poppoll,” zei Kim Hertogs. Waarop mijn lief vanuit de zetel repliceerde met haar zelfgevonden quote.

Ophef was er onlangs toen atlete Nafi Thiam tot Sportvrouw van het Jaar werd verkozen en dus niet topfavoriete en wereldkampioene boksen Delfine Persoon. Verontwaardiging alom, Wallonië stemde voor zijn kandidaat, het ons-kent-ons gevoel kwam bovendrijven etc… Populariteit haalde het van kwaliteit. Dat was de teneur.

Het leven is een poppoll. Elke sector heeft er last van. We spreken niet enkel over pakweg de wereld van de acteurs en de muziek. Populariteit is overal. Binnen sectoren, zelfs binnen bedrijven. Promotie en beloning van collega’s op hetzelfde werkeiland hangen niet louter af van kwaliteit. Helaas.

Vannacht las ik dat Slimste Mens en regisseur Adil al meteen profiteert van alle aandacht die zijn deelname aan het programma genereerde, want er worden meer bioscooptickets verkocht. De kassaverkoop van Adil’s film bewijst de poppoll-stelling en de kracht van het medium televisie. Top voor Adil uiteraard, maar zonder de media aandacht zouden minder mensen betalen om z’n film te zien. Nochtans zou zijn talent even groot zijn, alleen… minder gekend. Het zou me niet verbazen indien Adil eerstdaags een contract tekent bij Woestijnvis of een ander slim bedrijf.

Het is ook opvallend dat Andrea Faustini, een Italiaan met een fantastische stem zijn kans waagt in de Britse X-Factor. Hij eindigt onterecht derde en zal veel meer kansen genereren dan mocht hij aan de Italiaanse variant van X-Factor hebben deelgenomen. Waarom? Omdat heel de wereld meekijkt naar de nieuwe avonturen van Simon Cowell. Goed gezien.

Onze muziekbusiness is al lang ten prooi gevallen aan onze snelle maatschappij en al haar verzuchtingen. Sinds ik zo’n negen jaar geleden voor het eerst mijn opwachting maakte als ‘professionele zanger’ bij Tien Om Te Zien hoor ik oudere collega’s roepen dat er een gebrek is aan muziekprogramma’s. Ik wist van toeten noch blazen maar ben ondertussen mee op die kar gesprongen. Samen op de soms iets te weinig bevolkte barricade. Want wie niet gezien wordt, wordt vergeten.

Het stootte me tegen de borst toen ik een jaar of vier, vijf geleden in een interview met Erwin Deckers (Deckers & Ornelis, weet u nog?) las dat vtm geen muziekprogramma’s meer zou maken. Wat er al lang zat aan te komen werd werkelijkheid want het deed al jaren de ronde in de wandelgangen dat er steeds minder adverteerders waren en de resterende klanten niet geïnteresseerd waren in reclame tijdens muziekprogramma’s. Toen ik in de vtm-gebouwen de sympathieke Erwin in een meeting zag met de al even fijne Bert Geenen ging ik even dag zeggen en m’n hart luchten. Erwin nuanceerde meteen dat vtm geen programma’s meer zou maken met uitsluitend of overwegend muziek. Een combinatie tussen muziek en entertainment; dat kon nog wel.

Entertainment is een vies woord geworden. ‘Buzines is buzines’ van Marijn Devalck’s alter ego Boma flitst door m’n hoofd. Showbusiness is showbusiness. Perceptie en imago zwaaien de scepter en kwaliteit is van ondergeschikt belang. Mijn gewezen manager, wijlen Ronny Possemiers, zei het destijds al: “mensen kennen het verschil tussen goed, beter en best niet meer, iets is goed of slecht”. De trappen van vergelijking zijn een rez-de-chaussée geworden.

Het succes van een bedrijf, een persoon of een artiest is meer dan ooit afhankelijk van zijn populariteit. En aangezien er weinig tot geen muziekprogramma’s meer zijn wordt er aan imago gewerkt. Het levert bedrijfjes zoals dat van Kurt Frederickx veel werk op. Er wordt geschaafd aan het imago van artiesten. Jaren aan een stuk wordt er geboetseerd aan een imago dat de intrinsieke kwaliteiten opslokt. De immer vriendelijke Kurt feliciteerde me onlangs met mijn baard, want het was slim gezien om zo de media te halen. Ik was volgens hem goed bezig. Het is maar hoe je het bekijkt natuurlijk. “Ik had gewoon zin in een baard, maar vroeg of laat kruisen onze wegen,” zei ik hem. Ik zeg het hem al enkele jaren. Wie weet Kurt?

Het toont aan dat er ook in het kleine Vlaanderen gewerkt wordt aan en op imago. Talent is definitief ondergeschikt geworden aan al de rest. In Amerika is image building al jaren bepalend voor carrières. Ook in de muziek. Miley Cyrus evolueerde zo van een goed country zangeresje tot een popidool waar de sex en de swag vanaf druipt. De verborgen mechanismen achter bepaalde muziekcarrières… boeiend!

Krantenartikels, interviews over het privéleven en modereportages verdoezelen het feit dat er amper nog betaald wordt voor muziek. Een gevolg van de oogluikend toegestane illegaliteit, zijn de 360 graden deals die platenfirma’s noodgedwongen afsluiten met artiesten. Zo verdienen platenfirma’s niet enkel meer op platenverkoop (dat kost enkel geld), maar ook op management, boekingen, inkomsten van uitvoerende rechten, sponsor deals en -als ze geluk hebben dat de artiest ook zelf creëert- op publishing (uitgave rechten). Je kan het platenfirma’s niet kwalijk nemen.

Zelf de eigen singles opkopen wordt zo interessanter want een artiest op nummer één heeft meer airplay en aansluitend zit een single ook vaker in de playlist van een radiozender. De extra media aandacht die het succes met zich meebrengt genereert meer optredens en andere boekingen of schnabbels. Een artiest die populairder wordt krijgt meer aanvragen, draaft op in allerhande muziek -excuseer!- entertainment programma’s en evolueert in het beste geval naar een soort cultfiguur.

Het schiet me te binnen dat ik ondertussen meer en meer lijk op de mannen van de oudere garde, die hun wijsheid geregeld durven verkondigen op feestjes en in één of andere donkere backstage. Wie weet word ik snel zelf als oude zaag bestempeld. Maar oude zagen hebben gelijk.

Kwaliteit blijft altijd bovendrijven heeft iemand me ooit eens wijsgemaakt. Ik heb dat steeds geloofd. En ik wil daarin blijven geloven. Kwaliteit is waar ik voor wil blijven staan. Tijdens kerstconcerten, op gastoptredens, live op een festival,… kwaliteit moet de maatstaf blijven.

Binnenkort gaat de nieuwe CC tour Grootmeesters van start. Een nieuwe stap in m’n carrière. Ik heb zoveel zin om de komende jaren de Vlaamse CC’s aan te doen met een kwaliteitsvol programma. Ik wil voor één keer niet focussen op het puur entertainen, maar dan wel op het musiceren vanuit het hart. Er is hard aan Grootmeesters gewerkt en er moet nog hard aan gewerkt worden.

Zelfs weinig slaap houdt me vandaag niet tegen; noch om een veel te lange blog te schrijven, noch om er tegenaan te gaan. Grootmeesters, ik kom eraan!

We shall overcome!

Udo x

 

Bal National: eindelijk!

Zo’n vijf jaar geleden reeds polsten de organisatoren van Bal National voor het eerst naar een samenwerking op hun fantastische bal populaire in onze hoofdstad. Ondanks verwoede pogingen van mijn toenmalig manager en beschermengel Ronny, bleek het onmogelijk om de puzzelstukjes van mijn agenda in elkaar te passen. Grote schuldige was mijn overwinning in Zo Is Er Maar Een, met heel wat optredens, politie-escortes, helicoptervluchten en andere onvergetelijke en/of zotte momenten tot gevolg.

Een paar jaar geleden was er dan weer lange tijd sprake van een duet met mijn tante Annie Cordy, nog steeds één van de grootste all round vedetten van ons land, die er op de allereerste editie van Bal National bij was. Ook toen bleek het agendagewijs niet mogelijk; mijn tante had teveel werk en -in tegenstelling tot mij- zal ze nooit een voet in een helicopter zetten, haha! ; – )  Ook een duet met goede vriendin en dorpsgenote Sandra Kim was me vorig jaar niet gegund. Een samenwerking zat een tijdje in the pipeline, maar alweer stak de agenda stokken in de wielen.

MAAR! Dit jaar is het eindelijk zover! Na een voorspel van vijf jaar sta ik eindelijk op het grootste openluchtbal van ons land, waar Franstaligen en Nederlandstaligen tot in de late uurtjes samen feesten in de Brusselse Marollen. Op de jubileumeditie nog wel. Tien jaar Bal National, mét bezoek van de Koninklijke familie. De repetitie met begeleidingsband The Planes was alvast zeer aangenaam. Het zal weliswaar een kort gastoptreden zijn, maar het belooft een gezellige bedoening te worden zaterdag, zeker met ervaren rotten als Johan Verminnen, Sandra Kim, Plastic Bertrand en Lio.

Speciaal ook om alweer de hand te mogen schudden van onze twee Vorsten Albert II en Philippe I. En of je je nu Vlaming, Waal, Brusselaar of Belg voelt, het is en blijft een uniek momentum in onze vaderlandse geschiedenis. Mijn gedachten dwalen af naar de Koningsdag van enkele jaren geleden, waarin ik samen met Steve Willaert en Ronny heel wat tijd stak om er het Volkslied te brengen. Waar mijn oude leermeester ook moge zijn, ik ben er zeker van dat hij zaterdag zijn geweldige glimlach amper zal kunnen onderdrukken… Of zoals Steve me ooit zei: “Wie zaait zal oogsten.” Bal National: eindelijk! : – )

See you in de Marollen, in de schaduw van de bollen van ollen!